In lak´ech: ik ben een andere jij

Ik ben me de laatste tijd wat bewuster aan het verdiepen in dualiteit en non-dualiteit. Dit als antwoord op de neiging die ik heb om mezelf te vergelijken met anderen. Kan ik dat beter of slechter? Ben ik knapper of lelijker? Is dat goed of fout?

Dat benoemen en onderverdelen is wat we doen als mensen. Om de wereld beter te begrijpen. Om onszelf beter te begrijpen. Wie je bent, dat bepaal je door jezelf te vergelijken met anderen. Dat geeft mij in elk geval onrust, gevoel van competitie. Ik ga mezelf ervan voorbij lopen, hoe de uitslag van al dat vergelijken ook uitvalt.

Ego-dingetjes
Dan komen we als vanzelf bij het ego. Wat een ego is, daar zijn verschillende ideeën over, maar wat ik bedoel is het geloof – het idee – dat we beperkt zijn tot ‘ik’. Een ondeelbaar individu. Dat kan best handig zijn, daarmee kun je dingen manifesteren, voor jezelf bewerkstelligen. Maar het ego verandert van een trouwe metgezel in een irritante commandant als het zichzelf wil bewijzen door enorm belangrijk en succesvol te zijn of juist de andere kant op, als het zichzelf in de rol van slachtoffer of mislukkeling duwt.

Vanuit de non-dualistische gedachte is het ego niet meer dan een idee, iets dat wij mensen bedacht hebben. Sta eens open voor dat idee, “hmmm interessante gedachte”, en laat je ego maar even lekker sputteren. “Kan toch helemaal niet, ik ben toch ik en niet mijn buurman of buurvrouw? Kijk maar, we zien er alleen al heel anders uit.” En dat is ook zo. Maar het gaat eigenlijk om een breder perspectief, de ruimtelijkheid waarin het mogelijk is dat al die gedachten en gevoelens kunnen komen en gaan. Dat er ‘iets’ is dat voorbij de persoon gaat. Dat er al was lang voor jouw bestaan en er altijd zal zijn, ook na jouw bestaan. Dat we allemaal uiting zijn van dezelfde verschijningsvorm, de universele bron. De Maya’s kennen zo’n mooie begroeting, die het helemaal vat. In Lak’ech, ik ben een andere jij.

En wat als we die ego-dingetjes wat kunnen laten gaan
Als je uitgaat van het universele zijn; een zekere tijdloosheid, grenzeloosheid, een werkelijkheid die één en ondeelbaar is  – non-dualiteit dus – dan heb je minder last van ego-gedoe, is mijn idee.

Dan is het niet nodig om allerlei scheidingslijnen op te werpen. Stoppen met etiketten plakken. Stoppen om rangordes maken, onderverdelen. Jezelf uitnodigen op elke keer opnieuw en zonder vooroordeel de dingen te zien zoals ze zijn en niet zoals we geloven dat ze zijn.

Wanneer ik me wat meer verbind met die universele bron, die universele energie, staat dat ego van mij minder onder druk. Dan hoef ik mezelf minder te bewijzen en is dat vergelijken minder relevant. Het geeft innerlijke rust. Gewoon ‘zijn’ zonder allerlei commentaar. Soms ervaar ik die universele bron, ben ik er dichtbij, kan ik me eraan laven. En soms zit die lichtbron verstopt achter een heleboel gedoe. Tja. 

Plaats een reactie